• Specialistische boekhandel
  • Wandelgidsen
  • Boeken over wandelen
  • Boeken over boeken
  • Gratis verzending vanaf 50 euro
Home » Blog » Het verhaal van Kerstmis

Het verhaal van Kerstmis

Gepubliceerd op 26 december 2020 om 18:39

Kerstmis is een traditioneel feest dat al lange tijd gevierd wordt door christenen maar ook door heel veel andere mensen. Het bekendste verhaal van Kerstmis is uiteraard het geboorteverhaal van Jezus zoals we dat vinden in het Nieuwe Testament van de Bijbel.  Maar er zijn door de eeuwen heen vele kerstverhalen geschreven. De sfeer rond Kerstmis is uitnodigend om verhalen te schrijven die gaan over deze bijzondere tijd van het jaar. De BoekWandelaar laat hier een aantal van de meest beroemde verhalen de revue passeren. 

Het geboorteverhaal van Jezus in de Bijbel

Het verhaal over de geboorte van Jezus wordt verteld in de evangeliën van Mattheüs en Lucas. Samen met Marcus en Johannes vormen zijn de groep van schrijvers van het evangelie. Zij beschreven ieder volgens hun eigen inzicht en observaties over het leven van Jezus. Hoewel de geboorte van Jezus voor christenen een zeer belangrijke gebeurtenis is in het leven van Jezus hebben slechts twee van de vier evangelisten hierover geschreven. Terwijl ze alle vier wel hebben geschreven over de kruisiging van Jezus. 

De aankondiging van de Jezus' geboorte (Lucas 1: 26-38)

De engel Gabriël bezoekt Maria in haar woonplaats Nazaret in Galilea. Maria is op dat moment in ondertrouw met Jozef. Gabriël vertelt Maria dat God er voor zal zorgen dat ze zwanger zal worden en dat ze een zoon zal krijgen die ze de naam Jezus moet geven. Maria vraagt hoe dat kan omdat ze nog geen omgang met een man heeft. De engel zegt haar dat de Heilige Geest er voor zal zorgen. 

De geboorte van Jezus (Mattheüs 1: 18-25 en Lucas 2: 1-7)
In Lucas lezen we dat Jozef en Maria vanuit Nazaret naar Betlehem vetrekken. Hiermee geven ze gehoor aan de oproep van keizer Quirinus om zich te laten inschrijven in de stad waar ze vandaan komen. Maria en Jozef ondernemen de tocht als ze in ondertrouw zijn en als Maria zwanger is. Als ze aankomen in Betlehem wordt Jezus geboren. Maria wikkelde hem in doeken en legde hem in een kribbe omdat er voor hen geen plaats meer was in de herberg. 

In Mattheüs lezen we over Jozef die stilletjes van Maria wil gescheiden als hij ontdekt dat ze zwanger is. Hij krijgt dan bezoek van een van Gods engelen in een droom die hem vertelt dat Maria zwanger is door de Heilige Geest en draagt deze hem op om met Maria te trouwen. De volgende ochtend als Jozef wakker wordt, doet hij wat de engel bevolen heeft en hij blijft bij Maria. 

De herders (Lucas 2: 8-20)
Als Jezus geboren wordt, bevinden zich in de buurt van Betlehem een aantal herders in het veld die de wacht bij hun kudde. Plots verschijnt er een engel voor hen, omgeven door heel veel licht. De herders zijn bang. De engel zegt hen om niet bang te zijn en zegt dat hij of zij een blijde boodschap heeft: Jezus is geboren, degene die de wereld zal redden. De herders horen waar ze Jezus kunnen vinden. Dan wordt de engel omgeven door een grote hemelse legermacht van engelen die zeggen: Ere zij God in den hoge en vrede op aarde bij de mensen des welbehagens. Als de engelen terug naar de hemel zijn gegaan, gaan de herders Jezus opzoeken. 

De wijzen uit het Oosten (Mattheüs 2: 2-12)
Na de geboorte van Jezus arriveerden wijzen uit het Oosten in Jeruzalem omdat ze gehoord hadden van Jezus geboorte. Ze hadden namelijk een ster gezien die de bijzondere geboorte van een koning aankondigde. Bij koning Herodes vroegen ze waar ze Jezus, de koning der Joden konden vinden. Herodes wist het niet en vroeg de wijzen om een onderzoek in te stellen naar de verblijfplaats van deze koning. Als zij hebben gevonden hadden, moesten terug komen naar Herodes om hem te vertellen waar Jezus was zodat hij hem ook kon bezoeken en eer kon bewijzen. 

Een ster wijst de wijzen de weg naar Jezus' huis waar ze hem vinden met zijn moeder Maria. Ze hebben geschenken gebracht voor Jezus: goud, wierook en mirre. In een droom worden de wijzen door God gewaarschuwd om niet terug te keren naar koning Herodes. Ze gaan daarom langs een andere weg naar hun land terug. 

A Christmas Carol van Charles Dickens

De beroemde Engelse schrijver Charles Dickens (1812-1870) schreef 35 jaar van zijn leven en schreef veel boeken en verhalen. Een terugkerende thema was steeds de positie van de zwakkeren in de samenleving. De armen die niet profiteerden van de welvaart in het land. Hij bekommerde zich in het bijzonder om kinderen die vaak in armoedige omstandigheden leefden. Hij wilde graag dat alle kinderen naar school konden gaan. Door zijn boeken en verhalen wilden Dickens zijn lezers laten zien wie de slachtoffers waren in de maatschappij en wat hun problemen waren. 

 

Charles Dickens schreef ook een aantal boeken en verhalen over kerstmis. A Christmas Carol  (Een kerstverhaal) (1843) is daar van de bekendste geworden en wel tot op de dag van vandaag. De volledige titel van het boek is A Christmas Carol in Prose, being a Ghost Story of Christmas. Het boek werd gepubliceerd op 19 december 1843 en was op 23 december al uitverkocht. Ook in dit boek zijn sociale ongelijkheid en armoede belangrijke thema's. Het verhaal gaat over de oude en vrekkige Ebenezer Scrooge. Hij heeft een hekel aan kerstmis omdat zijn zaken dan stil liggen en hij dan herinnert wordt aan een ongelukkige jeugd. Zeven jaar geleden overleed zijn vriend en zakenpartner Jacob Marley op kerstavond. Het is nu weer kerstavond en Scrooge wordt in de kerstnacht bezocht door vier geesten. 

 

De eerste geest is die van Jacob Marley. Hij is vastgeketend en de afgelopen zeven jaar heeft hij rusteloos rondgedoold op aarde. Hij is gedoemd als geest rond te waren omdat hij een slecht leven heeft geleid. Hij is gekomen om Scrooge te waarschuwen zodat hem niet hetzelfde lot ten deel valt. Scrooge kan voorkomen dat hij ook vervloekt wordt als hij zijn leven zal beteren. Hij zal bezocht worden door drie andere geesten; die van het Verleden, het Heden en de Toekomst. Op hun aanwijzingen zal hij zijn leven een andere wending moeten geven om het tij te keren. 

 

De geesten geven Scrooge het inzicht dat hij een afschuwelijk man is geworden. Op kerstochtend ontwaakt hij als een andere man. Hij geeft gul aan liefdadigheid en hij stuurt een kerstkalkoen naar het gezin van zijn arme medewerker Cratchit. Vanaf dat moment toont Scrooge de mensen om hem heen vriendelijkheid, medeleven en vrijgevigheid.

Het meisje met de zwavelstokjes van Hans Christian Andersen

Het sprookje Het meisje met de zwavelstokjes (Den Lille Pige med Svovlstikkerne) werd geschreven door de Deense dichter en schrijver Hans Christian Andersen in 1845. Het verhaal van het meisje met de zwavelstokjes speelt zich af op oudejaarsavond. Een klein meisje zwerft alleen, op blote voeten, door de stad. De mensen doen inkopen of zitten gezellig samen binnen. Het meisje probeert haar zwavelstokjes te verkopen (de voorlopers van de lucifer) maar niemand wil iets van haar kopen en niemand heeft aandacht voor het meisje. Ze durft niet terug te gaan naar haar vader voordat ze de zwavelstokjes verkocht heeft. 


Ze krijgt het koud en probeert in een hoekje van een steeg zich te warmen aan de zwavelstokjes. Bij het aansteken van ieder zwavelstokje ziet de prachtigste taferelen: een warme kachel, een mooie kerstboom, een prachtige kersfeest en een gelukkige familie. Maar steeds als een zwavelstokje uitdooft, verdwijnt ook het prachtige droombeeld. Plots ziet ze een vallende ster en ze moeten denken aan haar lieve overleden grootmoeder. Van haar leerde ze dat een vallende ster betekent dat er iemand onderweg is naar de hemel. Bij aansteken van het volgende zwavelstokje ziet ze dan haar grootmoeder, de enige persoon in haar leven die echt lief voor haar was. Om zolang van de aanwezigheid van haar grootmoeder te kunnen genieten, steekt het meisje alle stokjes tegelijk aan van de overgebleven bundel zwavelstokjes. Als de zwavelstokjes bijna zijn opgebrand neemt grootmoeder haar in haar armen en neemt haar mee naar de hemel. De volgende ochtend wordt het meisje dood gevonden in de sneeuw. Ze weten echter niet dat het meisje op dat moment gelukkig is in de hemel samen met haar grootmoeder. 

De Notenkraker van E.T.A. Hoffmann

In het jaar 1816 schreef de Duitse auteur, componist, jurist en tekenaar E.T.A. Hoffmann het verhaal van De Notenkraker en de muizenkoning (Der Nussknacker und der Maüsekonig). Maar het verhaal verwierf pas vele jaren later wereldbekendheid door het kerstballet van de Russische componist  Pjotr Iljitsj Tsjaikovski dat gebaseerd is op het verhaal van De Notenkraker. De voorstelling ging in première op 18 december 1892.

 

De Notenkraker vertelt het kerstverhaal bij de welgestelde familie Stahlbaum. De kinderen Fritz en Clara krijgen kerstcadeaus van hun oom. Vier prachtige levensechte poppen en een houten notenkrakerspop. Clara vindt de notenkrakerspop mooi, maar Fritz maakt hem opzettelijk kapot. Clara wordt er verdrietig van en 's nachts kan ze er niet van slapen. Om middernacht gaat ze op zoek naar de notenkraker. Als ze hem vindt, komt hij op magische wijze tot leven. De notenkraker wordt zo groot als een echt mens en de kamer vult zich met muizen. Al snel ontstaat er een strijd tussen de muizen en een aantal soldaten van peperkoek. Samen met een groep tinnen soldaten gaat de Notenkraker het gevecht aan met de Muizenkoning en zijn onderdanen om de peperkoeken soldaten te redden. Door een list van Clara, lukt het de Notenkraker om de Muizenkoning te verslaan. 

 

Als de muizen verdwenen zijn neemt de Notenkraker, Clara mee naar Snoepland. Waar de overwinning op de Muizenkoning groots, en uiteraard met veel snoep, wordt gevierd. Het verhaal eindigt met een grote danspartij. 

De kerstcantate van Henri Knap

Een kort kerstverhaal, wat ik persoonlijk erg leuk vind, is het verhaal van de Nederlandse schrijver en journalist Henri Knap (1911-1986):

De kerstcantate

'Bent u met kerstmis hier, als ik vragen mag?' vroeg de abbé.
Het was de dorpspastoor een eer en een genoegen dat de
beroemde musicus in zijn dorp een huis had gekocht om er
tot rust te komen van het jachtige leven in de concertzalen
van Parijs. 'Blijft u met kerstmis hier?'


Ja, de beroemde musicus was van plan de kerstdagen in het
dorp door te brengen. 'Mag ik u dan uitnodigen voor onze kerstcantate? Ja, dat
klinkt natuurlijk heel duur, kerstcantate, wij zijn natuurlijk
maar amateurs, ons koor is niet meer dan een gewoon
boerenkoortje, dat begrijpt u wel. En het orgel is al even
gammel als de organist. Zelf ben ik ook geen echte dirigent,
maar goed, we doen ons best, en ik stel er prijs op uw vakkundig oordeel te mogen vernemen.'


Het werd kerstmis, de grote musicus kwam, de abbé was
nog zenuwachtiger dan anders, de organist en het koor deden hun uiterste best en iedereen was het erover eens dat
de cantate dit jaar nog schoner klonk dan vorig jaar. Na afloop nodigde de abbé zijn hoge gast uit op de pastorie, hij had zijn mooiste fles wijn uit de kelder gehaald. 'En?' vroeg hij gespannen, nadat hij de glazen had ingeschonken.
'Heel goed,' zei de man uit Parijs. 'Werkelijk heel goed. Ik bedoel de wijn.'
'En de cantate?'
'Niet goed,' zei de man uit Parijs. 'U doet uw werk zonder twijfel met toewijding, maar als ik eerlijk ben: de toon is niet
zuiver, de stemmen zitten niet goed onder elkaar, de tekst is onverstaanbaar, de inzetten zijn aarzelend, het forte is te
hard, het pianissimo te zacht, de tempi zijn niet constant. Het spijt mij dat ik u dit zeggen moet, maar u vroeg mij
ernaar.'


Bedroefd sloeg de abbé zijn ogen neer en tuurde in zijn
glas. 'Het is goed dat u het mij eerlijk zegt, monsieur. Ik ben
ook geen vakman, ik ben maar een gewone dorpspastoor.
Ik kan noten lezen en een beetje de maat slaan, maar dat is
dan ook alles. Ik ben wel blij dat u zei dat wij ons werk met
toewijding doen. Dat hoorde u er dus wel in?'
'Jazeker,' zei de musicus uit Parijs, 'met toewijding. Alleen
vals. Maar laat ik ophouden met mijn kritiek, liever doe ik u
een voorstel. Ik heb zojuist van mijn dokter gehoord dat ik
het het komende jaar kalm aan moet doen, zodat ik voor
langere tijd in deze contreien zal vertoeven. Kan ik u misschien van dienst zijn door volgend jaar kerstmis de directie
van uw koor over te nemen?'

 

En zo geschiedde. De grote musicus ving reeds in september met de repetities aan, de slechtste stemmen gooide hij
eruit, een kennis uit Parijs lapte het orgel op en bracht de organist van het dorp de eerste beginselen van behoorlijk
orgelspelen bij, en de verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen het weer kerstmis werd.
De abbé zat wat onwennig in de kerk, tussen zijn parochianen in, vijftien jaar lang had hij voor zijn geliefd koor achter die lessenaar gestaan, nu stond de grote musicus daar. Met een gebaar dat de routinier verried hief de dirigent uit Parijs zijn slanke handen, het koor zette als één man in, en zuiverder dan ooit klonk de muziek door de gewelven. Zo had de kerstcantate nog nooit geklonken. Toch was er iets, maar de abbé wist niet wat.

'En?' vroeg de musicus. Net als een jaar geleden waren zij voor een goed glas wijn neergestreken op de pastorie. 'En?'
'Heel mooi, monsieur, heel mooi. Ik weet niet hoe u te danken. Woonde u maar altijd in ons dorp, dan kon u jaarlijks de
kerstcantate dirigeren!'


Die nacht kon de abbé de slaap niet vatten en de abbé wist niet waarom. Hij zei nogmaals zijn avondgebed, maar het
hielp niet. Hij lag maar in het donker voor zich uit te staren, totdat plotseling aan zijn voeteneind een zacht schijnsel
zichtbaar werd. De abbé schrok, daar stond een engel. De abbé vreesde met grote vreze. Maar de engel zei: 'Vrees niet,
monsieur l'abbé, ik ben uit de hemel neergedaald om te zien hoe het met u is. Al vijftien jaar lang luisteren wij hierboven
naar uw kerstcantate, maar nu laat de Eeuwige u vragen waarom de muziek dit jaar is uitgebleven, wij hebben niets
gehoord.'

Kerstboeken van De BoekWandelaar


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.